Archive for the ‘oude doos’ Category

Uit de oude doos! “CAFE BAAS VAN NEGEN TOT VIJF” prt 2

maandag, december 8th, 2008

Bron misset horeca 25 april 2003

Identity

Ik zit nu ruim twintig jaar in de horeca. Nooit spijt gehad. Ik ga ervoor en ik vind het geweldig. Het is enerverend, maar ik blijf er jong bij. Ik ben concepten gaan bedenken. In 1989 heb ik samen met een vriend Miller Time neergezet. Op zijn Amerikaans, maar niet schreeuwerig, met een jukebox, bepaalde verlichting en afgetimmerd met verzaagde balken uit de grachten van Amsterdam. Het is een tijdloos concept geworden. Een bureau deed de concept bewaking. We hebben in Nijmegen gezeten met Miller Time, in Breda, in Middelburg, en in Heerlen. Er zijn er nu nog drie over. Eindhoven, Bergen op Zoom en Tilburg. We hebben zaken afgstoten omdat ze niet op een A1 locatie zaten. In Nijmegen hadden we geluidsproblemen. Er woonden nog mensen boven het pand, die konden niet tegen de muziek. Miller Time is een franchise-idee. Muziek, kleding, promotie, personeelsbeleid. Daar is allemaal over nagedacht. Corperate identity noemen we dat. Exploitanten moeten zich aan de afspraken houden en niet zelf gaan fröbelen. Wie zijn afspraken niet nakomt, kan doorgaan, maar dan gaat wel de naam eraf. In Breda zijn we op die manie gestopt.
De laatste tijd ben ik bezig geweest met Zesenvijftigelf, waar we nu zitten, een multifunctioneel café, geïnspireerd op de Uitstad in Tilburg. Er is over nagedacht hè. Het is geen kwestie van een tent opengooien en het gas erop. Het is eten, drinken,dansen, bands en optredens.
Zesenvijftigelf is de postcode. Het centrum van Eindhoven. Vorig jaar heb ik achterin een zaal geopend 5611 XL, extra Large. Een clubidee. Hier komen residents hun kunstje doen. Marco V komt hier regelmatig. Benjamin Bates is hier kind aan huis. Ik heb vroeger zelf ook wel muziek gedraaid, maar het is niet meer te volgen. Sinds de house ben ik helemaal de weg kwijt. Maar ik hoor wel of het aardige of goeie muziek is, zoveel verstand heb ik er wel van.
Miller Time is ingekrompen om uit te kunnen breiden. Ik wil upgraden een dagfunctie erbij. De naam is in het buitenland gedeponeerd. Er zijn een paar mensen geïnteresseerd om Miller Time in Brazillie neer te zetten. In licentie. Het zijn Nederlanders. We zijn daar wezen kijken. We zijn er nog mee bezig. Ontwikkelingswerk zou ik het niet weer willen noemen. Die nobele doelstelling heb ik achter me gelaten. Ik kom regelmatig in Brazilië. Pas nog in Fortalesa geweest. Gelachen! Het is een verrekte mooi land. Ik heb altijd veel gereisd. De laatste jaren wat minder. Ik moet vaker bij het vrouwtje blijven.

Heiligdom

Ik volg nog wel een beetje Portugese les hè. Ik praat nog niet veel. Het gaat om de ondergrond, de grammatica. Op dinsdag avond. Dan is het vrouwtje dansen. Ik dacht: dan ga ik ook maar iets doen. Ik ben zelf niet zo dansbaar aangelegd. Met een fles bier kan ik goed dansen. Maar als ik met de vrouw dans, zegt ze: ga jij maar weer rustig zitten. In de horeca is het ook rustig, hè. Met de ideeën en concepten trouwens ook. Ik koop nog wel wat hier en daar, maar ik zeg niet: jongens nu gaan we er even stevig tegenaan. Ik heb hierachter nog een optie op een dubbele unit. En nog twee opties op panden elders in Eindhoven. En ik ben bezig met de overname van café van Mol. Van Mol ja, hier aan het Stratumseind. Dit is de grootste horecastraat van Nederland met 20 tot 30.000 mensen op zaterdagavond. Een trekpleister. Stratumseind is een heiligdom. Zeker voor de brouwerijen. Die lopen te rennen, dat wil je niet weten.
Voor van Mol moet ik kiezen, ga ik door met Heineken of wordt het een andere brouwer? Een zware strijd hoor tussen die brouwerijen. Ze proberen me op allerlei manieren te paaien. Ik vind dat moeilijk, want ik doe het nooit goed. Soms spelen ze op de man: als wij die locatie kwijt raken dan dit… en als wij die locatie niet krijgen dan dat! De ene brouwerij speelt het formeel, de ander sneaky. Ik werk veel met Heineken, maar ook met Interbrew. Met Grolsch en Bavaria doe ik ook zaken. Ze willen allemaal hè. Het is heel moeilijk om iemand te passeren, maar ik kies voor het voorstel wat zakelijk het beste uitpakt.

Schulden

leuker kunnen we het niet maken

leuker kunnen we het niet maken

Ik wil het nog wel een aantal jaartjes volhouden. Ik zal niet zeggen dat ik binnen ben. Dat vind ik verkeerd gezegd. Je kunt hooguit zeggen dat je na een aantal jaren uit de schulden bent, snap je? Ik doe ook alles wit,hè. Maar als je groot bent gaan ze dingetjes zoeken, de instanties. Wat dat betreft is de behandeling niet gelijkwaardig, dan zie je een kleine jongen die het heeft verknald wegkomen met een waarschuwing, terwijl een ander zwaar moet dokken.
Ik wil eigenlijk inkrimpen. Vijftien locaties in Nederland is eigenlijk zat. Het liefst zou ik alles verhuren of verpachten. Hooguit twee zaken voor mezelf houden. Zesenvijftigelf zou ik houden, want dat is toch ook mijn kindje en de Stunt natuurlijk. De Randstad hoeft voor mij niet. Amsterdam leek me vroeger wel wat, maar nu niet meer. Vroeger hield ik ervan om in de auto te zitten. Daar heb ik geen zijn meer in. Een beetje naar Eindhoven en Tilburg rijden. Dat is wat ik doe. En dan heb ik het wel een beetje gehad, Het liefste rij ik hier de auto voor de deur en ga ik op mijn gat zitten. Dat is het dan.

Uit de oude doos! “CAFE BAAS VAN NEGEN TOT VIJF” prt 1

zaterdag, december 6th, 2008

Bron misset horeca 25 april 2003

CAFE BAAS
VAN NEGEN TOT VIJF

Tijned, bekend van onder meer Miller Time Cafés, draait een jaaromzet van 15 miljoen euro. Het is een zoek plaatje maar In Tijned Is de naam van de eigenaar verstopt: dat van Theo en de J van Jansen. Theo Jansen (41) pendelt tussen Tilburg en Eindhoven. In multifunctioneel café Zesenvijftigelf aan het Eindhovense Stratumseind Is hij thuis. Hier praat hij het makkelijkst. Het leven van het fuifnummer wordt steeds geregelder dankzij ‘het vrouwtje.’
hou nog steeds wel van een feestje. Ik heb hier een appartement daar ga ik dan na afloop naar toe. Vroeger het ik me s nachts thuisbrengen maar dat schiet niet op. Ik ga liever de volgende dag fris weer naar het vrouwtje. ik heb in België een keer ren stukje grond gekocht, in Neerpelt. daar wonen we. Ze zeggen dat dat vanwege de belasting is, maar ik betaal net zo goed belasting in Nederland. Er zijn wel voordelen, maar ik kon er het huis bouwen dat ik wilde daar ging het om. In Nederland Is dat wel moeilijker.

Het vrouwtje is een beetje zwanger hè. Ik word voor de eertse keer papa je wordt wat ouder, je neemt een beslissing. Ik ken haar nog niet zo lang. Ze heeft een goeie job. Directiesecretaresse bij een verzekeringsmaatschappij. Voor haar was ik tien jaar met een Pariesienne, die zat in de mode. Daar ben ik mee gestopt. Een donker vrouwtje, beetje fel, dat was moeilijk afscheid nemen.
Door de week zit ik hier op kantoor. Dingetjes regelen, e-mailtjes beantwoorden, zaken doornemen. Ik begin op tijd. Het is een beetje negen tot vijf jobje. Om vijf, zes uw ga ik naar huis. En in oktober, als de kleine er is ga ik op maandag en dinsdag thuis werken.
Op vrijdag en zaterdag kom ik veel in mijn bedrijven Mijn vrouw noemt het stappen, voor mij is het werk. Ik heb zaken in Eindhoven, Tilburg, Breda een in Utrecht, een in Middelburg,. Een stuk of 30. een aantal doe ik zelf, zoals Cul de Sac in Tilburg en Zesenvijftigelf. De Stunt hier vlakbij doet m’n broer Siego. De meeste verhuur of verpacht ik. De pachters betalen huur en een deel van de omzet. Het omzetpercentage is voor iedereen verschillend. Hangt er vanaf hoe een zaak loopt. Ze moeten er van kunnen leven. maar ik moet wel regelmatig achter m’n centen aan. Dat heeft Sjoerd Kooistra ook. Je moet je centen op tijd binnen hebben, anders heb je een probleem. Je moet er boven op zitten, ik ben wel eens lastig en ga er met de botte bijl op.
Nee ik zou mezelf niet de Kooistra van het Zuiden willen noemen. Dat is teveel eer. Er zijn hier trouwens meer groten. Laurens Meijer van Meijer Beheer in Breda, Ruud van Rietschoten van Debuut in Utrecht. Die is ook redelijk actief in het Zuiden.

Avontuur

Ik ben een gewone jongen. Ik ben opgegroeid in Maas en Waal, in Wamel. Ik kom uit een boerenfamilie. Mijn vader was veehouder. Na de middelbare school ging ik studeren: maalderijtechnologie in Barneveld, de Gelderse Vallei, waar nu de kippenpest heerst. Ik wilde na mijn studie naar Brazilië om een diervoederfabriek op te zetten. Ontwikkelingswerk hè. Dat avontuur trok me wel.
Mijn broer Kees studeerde voor operatieassistent  in Tilburg. Hij woonde in Eindhoven. Hij zei: heb je zin om carnaval te komen vieren? Ik dacht: goh, wat is dat leuk. Ik ben in Eindhoven blijven hangen. Ik was 19. mij moeder was niet blij dat ik mijn studie afbrak en in de horeca ging werken. Ik heb het haar uitgelegd. Uiteindelijk begreep ze het wel.
Mijn eerste baantje had ik achter de bar in de Big Ben aan het Stratumseind. In 1984 heb ik met Kees die zaak gekocht. Hij heeft zijn studie ook niet afgemaakt. Een cafe van mezelf leek me ideaal.
De banken deden toen al moeilijk. 75.000 gulden moesten we ophoesten. We hadden 40.000 gulden gespaard. Een suikeroom heeft ons de rest geleend.
Bij de brouwerij moesten de huurborg storten. Oranjeboom was dat destijds nog. Toen was het carnaval en konden we meteen inkoppen. De omzet was gigantisch.
Na vier jaar is Kees er mee gekapt. Hij was toch niet zo’n horecaman tenminste niet zo gedreven als ik. Hij doet nu metingen voor Shell en Unilever geloof ik, vanuit zo’n auto met apparatuur. Hij brengt dingetjes in kaart, hè. Ach ik weet niet wat hij precies doet maar hij weet het van mij ook niet.

wordt vervolgt!